Damesvoetbal RSS

Dagelijks het laatste damesvoetbalnieuws voor jou verzameld!

Ingezonden | Trainers zijn bijna altijd net zo goed als hun materiaal

De maanden december, januari en februari zijn er vaak voor besturen om eens met hun hoofd- en assistent-trainers om tafel te gaan, of het contract moet worden verlengd voor het komende seizoen of dat er een nieuwe oefenmeester moet komen. Sommige trainers kiezen ook zelf bewust voor een nieuwe uitdaging, of bouwen een zogenaamde sabbatical in. De bekende oud-basketbalcoach Ton Boot nam in zijn lange trainersloopbaan zelfs om de zoveel jaar bewust een tussenjaar in. Dan ging hij op bezoek bij trainers van andere sporten en bouwde zo zijn kennis verder uit.

Af en toe kijk ik op de sites waarin het vrouwenvoetbal wordt belicht en ook daar komen af en toe vacatures voorbij, waarin clubs voor het komende seizoen een nieuwe trainer voor hun vrouwentak zoekt. Wat me daarbij opvalt is dat er toch erg vaak om een trainersdiploma wordt gevraagd, ook op niveau’s (tweede klasse en lager) waarop dat helemaal niet verplicht is. Waarom er dan toch het bezit van een trainersdiploma als verplicht wordt gesteld, ontgaat me. In mijn ogen is een goede trainer sowieso goed, of hij nu naar het evangelie wat in Zeist bedacht is heeft geluisterd of niet. Maar toch wordt er vaak als er een sollicitatieprocedure is gekozen voor de trainer die al een TCIII of TCII diploma binnen heeft, terwijl er misschien bij de ongediplomeerde kandidaten een veel betere trainer tussen zit.

Gelukkig zijn er natuurlijk uitzonderingen, waarbij clubs een delegatie van het vrouwenteam zelf betrekt in de sollicitatieprocedure en hen een belangrijke stem laat hebben in de benoeming van de nieuwe trainer. Ik vind dat een uitstekend initiatief, want die vrouwen en meisjes moeten nou eenmaal met zo’n man of vrouw werken. Verder vind ik het positief dat er steeds meer vrouwen als vrouwen- of meisjestrainer aan de slag gaan. Zo heb ik vanaf het eerste moment dat ik bij mijn huidige club zat gezegd: zodra er een vrouw zich aanbiedt om VR1-trainster te worden die jullie net zo goed of beter vinden dan mij, geef het aan en ik stap op. Want ik juich het alleen maar toe dat vrouwen ook vrouwen trainen.

Maar net als bij de heren kan ik alle clubs gerust stellen: Erg veel maakt het over het algemeen niet uit wie er aangesteld wordt als trainer. Bijna alle trainers – ook ik – zijn zo goed als hun materiaal. Natuurlijk denken niet alle trainers qua tactiek niet hetzelfde over voetbal, maar de basisgedachte die ik altijd heb aangehouden is dat wanneer je echte vleugelspelers hebt, je ze ook moet gebruiken. Gelukkig had ik ze bij mijn vorige club Staphorst, waarmee ik altijd 4-3-3 speelde en ook bij mijn huidige club zitten er een aantal echte vleugelspelers in de selectie. Maar nu speel ik 3-4-3, omdat we drie uitstekende verdedigers hebben die probleemloos één-op-één kunnen spelen. Daardoor heb ik op het middenveld altijd een extra speler, waardoor je voorin toch je drie mensen overhoudt. En Johan Cruijff en Kees Rijvers – erkende topcoaches uit het verleden – hebben niet voor niets altijd beweerd dat je altijd met drie mensen in de voorhoede moet spelen. Maar ja, als je geen vleugelspelers hebt, dan moet je je wel aanpassen.

Wat moet je dan wel doen als trainer? Zorgen dat je je spelers op de goede plek zet (wijlen Bert Jacobs was er als trainer een meester in) in het veld, zorgen dat je veel weet over de tegenstander, zodat je je in kunt stellen op hun zwakke punten en daar voordeel uit kunt behalen en train op zaken die in de wedstrijd verkeerd zijn gegaan. Ik kreeg een paar jaar geleden bij één van mijn vorige clubs waar ik vrouwentrainer was de opmerking bij mijn vertrek: “De trainingen van jou waren eentonig, het was vaak hetzelfde.” Toen dacht ik: ‘Gelukkig maar.’ Want in het veld ging vaak hetzelfde fout, en dus moest daar vaak op getraind worden. Misschien niet leuk, maar ook daar ben ik het roerend eens met wat Cruijff en Rijvers in het verleden beweerden: Aan gevarieerd en leuk trainen heb je niets, ook bij vrouwenteams moet je vooral goed trainen en trainen op zaken die in de wedstrijd niet goed zijn gegaan. En als dat vaak hetzelfde is, dan train je dus ook vaak op dezelfde manier. Misschien inderdaad niet leuk, maar wel nodig.

Zoals het ook nodig is dat speelsters op hun zwakke been trainen. Het blijft toch droevig dat in een team doorgaans maar één of twee speelsters volledig tweebenig zijn. Ieder meisje dat op voetbal zit van een jaar of tien kan ik dan ook maar slechts één tip geven: schiet elke doordeweekse dag met je verkeerde/zwakke been tegen een muurtje en doe dat 100 keer. Dan doe je dat 500 keer in de week, kijk eens hoeveel beter je zwakke been dan wordt in een halfjaar en hoeveel extra schotkracht ook dat zwakke been krijgt.

Ik wens alle vrouwentrainers veel succes toe en wanneer teams onderin of onderaan eindigen, dan ligt dat heus niet aan de trainers. Ranglijsten zullen immers altijd uit sterke en minder sterke teams bestaan. En de eindstand op de ranglijst zegt niets over de kwaliteit van al die trainers in zo’n competitie. Ik moet dan altijd denken aan de wijze woorden van Ome Jark Veenstra, ooit de eerste vrouwentrainer bij onze club. “Zet mij in een Porsche en Max Verstappen in een Lelijke Eend en laat ons vijf rondjes rijden op het TT Circuit in Assen. Ik garandeer je dat ik dik win, maar dat maakt me echt geen betere coureur dan Max.” Zo is het maar net. Geef je trainer die je dus met je volle verstand aanstelt als bestuur je vertrouwen en steun hem waar je kan. En zorg voor een goede leider of leidster om hem/haar te ondersteunen.

Ik heb enkele maanden geleden mijn contract met een seizoen verlengd als trainer van VR1 bij onze club en collega Mike (VR2) en keeperstrainer Gerrit (alle vrouwenteams) gaan ook nog een seizoen door. Maar vanaf de zomer van 2019 ben ik weer een vrij man. Tenzij het bestuur in de winterstop van volgend seizoen opnieuw verder wil, dan kan er altijd gepraat worden.

Foto: Nienke van der Tak
Tekst: Ronald Jager

Het bericht Ingezonden | Trainers zijn bijna altijd net zo goed als hun materiaal verscheen eerst op Vrouwenvoetbalnieuws.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *